Artikel: Dood en rouw vooral taboe voor mannen

Bron: Trouw / Ruut Verhoeven – 27 juli 1999

Niemand zal ontkennen dat de dood bij het leven hoort, maar slechts weinigen handelen ernaar. Dat is ook de ervaring van Jan van Berkum, die vorig jaar na een huwelijk van meer dan 42 jaar plotseling weduwnaar werd. Van Berkum (71) zette zijn eigen rouwervaringen op papier.

 

Als Jan van Berkum één ding duidelijk is geworden na het overlijden van zijn vrouw Henny, is het wel de manier waarop wij omgaan met de dood. ,,Dat thema wordt in de westerse samenleving het liefst doodgezwegen”, concludeert hij. ,,Mensen zouden veel bewuster moeten leven. Wat mij is overkomen, kan iedereen gebeuren. Wij gaan allemaal een keer dood. Om eerlijk te zijn: ook ik werd overvallen door de dood van mijn vrouw. Heb altijd gedacht dat ik eerder zou gaan dan zij. Mannen sterven gemiddeld eerder dan vrouwen. Bovendien was ik zes jaar ouder dan zij.”

Rouwen is niet iets waar westerlingen mee worden opgevoed. ,,Je krijgt een hand in de kerk tijdens de rouwplechtigheid en het gewone leven wordt daarna weer opgepikt alsof er niets is gebeurd. De kerk zat vol, maar thuis tref je een leeg huis aan. De meesten lijken je vergeten. Degenen die mij gesteund hebben in de periode kort na het overlijden van mijn vrouw waren vooral vrouwen. Het aantal mannen dat mij bezocht heeft, is op de vingers van een hand te tellen.”

Toen Van Berkum op zoek ging naar literatuur over rouwverwerking vond hij in de bibliotheek, op één uitzondering na, alleen boeken van weduwen. ,,Dood en rouw is vooral een taboe voor mannen”, concludeert Van Berkum. ,,Vrouwen laten hun gevoel makkelijker spreken.”

Zelf werd hij voor het eerst met de dood geconfronteerd op zijn zevende. Zijn jongere broertje van vier was in een teil met heet water gevallen en overleed vier dagen nadien. ,,Als kind beleef je de dood heel anders dan je ouders. Ik had altijd het gevoel dat de dood niet voor mij bestemd was, hoewel ik er vaak genoeg mee te maken heb gehad.”

In de oorlogsjaren bijvoorbeeld. Van Berkum groeide op in Rotterdam en maakte de bombardementen op de stad van nabij mee. ,,Ons huis werd als een van de eerste getroffen. Telkens ontsprongen we de dans. Op een vroege ochtend op weg naar de kerk werd ik een keer tijdens een razzia door de Gestapo opgepakt. Naast mij werden mensen zonder pardon neergeschoten. Omdat ik nog zo jong was, lieten ze mij gaan.”

Jan van Berkum herinnert zich nog goed dat de hele buurt meerouwde toen zijn broertje was overleden. ,,Iedereen hing witte lakens voor de ramen als teken dat er iemand was doodgegaan. Hou me ten goede: ik verlang niet terug naar die tijd. Wel zou het fijn zijn, als mensen wat langer stil zouden staan bij het verdriet van nabestaanden en er niet met een boog omheen blijven lopen.”

De dood van zijn vrouw heeft Van Berkum in elk geval bewuster gemaakt van datgene wat mensen doormaken na zo’n verlies. ,,Het heeft mijn leven beslist verrijkt. Ik stap ook met minder schroom op mensen af die het moeilijk hebben. Bij een buurtgenoot is kanker geconstateerd. Vroeger zou ik hem niet zo snel opgezocht hebben. Nu weet ik dat hij door een hel gaat en dat aandacht belangrijk voor hem kan zijn. Ik zie nu ook veel meer het relatieve van het bestaan. Geniet veel meer van de natuur, mijn tuin en mijn muziek.”

Elke middag gaat Van Berkum een halfuurtje liggen. ,,Om rustig na te denken en mijn levensbalans op te maken. Wat had ik beter of anders kunnen doen. Het schijnt dat mensen vlak voordat ze doodgaan hun leven in een flits aan zich voorbij zien trekken. Ik zie elke dag een stukje van die film.”

Van Berkum wil zijn opgedane kennis delen met anderen. Door het uitgeven van zijn boek, maar ook bijvoorbeeld door de oprichting van de werkgroep ‘dood en rouw Moerdijk’. ,,Na de dood van Henny heeft het zes maanden geduurd voordat er iemand van de kerk bij me langs is geweest. Ik dacht: dat moet anders kunnen. Ik kon nergens in de buurt terecht om met lotgenoten te praten over wat ons was overkomen. Toen heb ik het initiatief genomen om zo’n rouwgroep op te richten. Nog dit jaar willen we starten met thema-avonden.”

Rouwverwerken is volgens Jan van Berkum vooral werken, vechten ook. ,,Je hebt er niets aan om alleen maar stilletjes in een hoekje te gaan zitten huilen. Daar help je de overledene ook niet mee. Je mag best een beetje zelfmedelijden hebben, als je er maar niet in blijft hangen. Verdriet kan zo intens zijn, dat je er zelf aan onderdoor gaat. Hier in de buurt was een man die kort na het overlijden van zijn vrouw zelf ook gestorven is. Die kon het leven niet meer aan. Zelf ben ik al vrij snel tot het besef gekomen dat je door moet met je eigen leven, ook al heb je nog zoveel van die ander gehouden.”

Over dat thema gaat zijn tweede boek waaraan Van Berkum momenteel bezig is. De titel heeft hij al: ‘Laat je niet kisten’. Zelf heeft hij de draad van het leven weer opgepakt. Op de moeilijkste momenten wist hij zich gesteund door zijn dalmatiër Hafra, zijn prachtige tuin, maar vooral door zijn passie voor klassieke muziek. De vleugel neemt in de woonkamer een dominante positie in. Elke dag speelt hij zeker een paar uur piano.

Tijdens het gesprek kan Van Berkum het dan ook niet nalaten iets van zijn favoriete componisten ten gehore te brengen. Wanneer hij stukjes uit de Pathétique van Beethoven, de Nocturne van Chopin en een pianoconcert van Mozart speelt, begint zijn hond amechtig te janken. ,,Doet-ie alleen als ik achter de vleugel zit”, zegt Van Berkum. ,,Dat beest weet dat dat het enige moment is dat ik onbereikbaar ben. Deze stukken heb ik ook vaak voor Henny gespeeld. Klassieke muziek is alles voor me. Daar kan ik mijn gevoelens in kwijt. Ik speel al piano vanaf m’n zesde. Zonder muziek zou het rouwproces een stuk moeilijker voor me zijn geweest.”

Het hele huis in Zevenbergen ademt nog de sfeer van zijn overleden vrouw. Aan de muren hangen diverse schilderijen van haar hand. Ook haar geborduurde werkjes, zijdengeschilderde kussentjes en quilts kom je overal in huis tegen. Op de piano staat een portret van haar. ,,Henny heeft ook alle meubels uitgezocht. De stoel waar ik nu op zit, was haar plekje. Sinds haar dood heb ik van haar stoel de mijne gemaakt. Zo hoef ik niet naar een lege plek te kijken die mij al te zeer doet beseffen dat ze er niet meer is.”

 

Neem contact op

 

10 + 6 =

John Lorsheijd
Lauwersmeer 50
2993PB Barendrecht
Tel.: 0630-348046
Email: info@rouwwerkcoach.nl